Komt professionele ruimte tot volle wasdom?

Beroepensocioloog Wilensky (1964) onderscheidt stappen waarmee de professionalisering van een beroepsgroep tot (volle) wasdom komt.

– Met een welomlijnde activiteit die een volledige dagtaak wordt, voorzien de “startende” beroepsbeoefenaars in hun levensonderhoud (1).

– Daarna volgt legitimering (bescherming). Met een specifieke beroepsopleiding wordt een zekere mate van deskundigheid erna geborgd en de toegang tot het beroep geregeld. Een beroepsvereniging is daarvoor noodzakelijk (2).

– Vervolgens gaat de beroepsgroep wettelijke erkenning verwerven. Er volgt regelgeving en titulatuur (3).

– De laatste stap van de professionalisering van de beroepsgroep is het opstellen van een beroepscode door de beroepsvereniging. De beroepscode omvat gedragsregels eigen aan het beroep inclusief sancties bij overtredingen (4).

school trouw

Het decentraliseren van het hoger beroepsonderwijs zorgde er feitelijk voor dat de professionalisering van de beroepsgroepen in het onderwijs een onbewuste doch gedeeltelijke herstart beleefde.

Stille getuigen ervan zijn citaten uit publicaties van de Onderwijsraad als:

· In het hoger onderwijs is het interne toezicht vaak in handen van een raad van toezicht. Deze bewaakt de kwaliteit van het bestuur. Niet altijd is duidelijk waarop deze raad kan worden aangesproken. (Degelijk onderwijsbestuur-2004)
· De afgelopen jaren is er veel tijd en geld gespendeerd aan goed bestuur, beleid en beheer in het onderwijs. Nu is het tijd de aandacht weer te vestigen op het primaire proces, de leerling en de leraar. Daarmee komt er meer evenwicht in de verhoudingen binnen de school en dat komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. Leraren moeten meer zeggenschap krijgen over het onderwijsproces. Het management is daarmee natuurlijk niet overbodig geworden. Het zorgt voor goede randvoorwaarden in de sfeer van materiaal en financiën – en voor een belangenafweging, door vragen te stellen aan leraren over de grenzen van hun professionele zeggenschap. (Leraarschap is eigenaarschap- 2007)· Onderwijsinstellingen hebben de laatste decennia grotere vrijheden gekregen. Besturen en scholen hebben te maken met meer risico’s en zoeken elkaar daardoor op. Door te fuseren en professionele bestuurders aan te stellen, kunnen zij de autonomie beter aan en efficiënter werken. Schaalvergroting heeft ook nadelen. Besturen met meer scholen onder zich brengen soms meer bureaucratie mee. (De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs-2008)

Dialoog en kernvraag

Het proces beschreven door Wilensky is voor wat de docent in het Hbo betreft nog verre van voltooid. Waarschijnlijk teruggeworpen op stap 3.

Sociale partners spraken in de ronde tafelbijeenkomst van 20 mei 2009 af dat per hogeschool een dialoog zal worden gevoerd. Daarbij is de eigenheid van de hogeschool leidend. Er komt geen eenheidsmodel voor alle hogescholen. Een vrije discussie, maar niet vrijblijvend. Deze zal worden gevoerd op basis van de “Gespreksnotitie voor hogescholen”, geschreven in opdracht van de sociale partners in het hoger beroepsonderwijs.

Kernvraag is: Hoe kunnen we de betrokkenheid van de docent, als individuele professional en lid van een team, bij het ontwerp en de uitvoering van het onderwijsbeleid (onderwijs en onderzoek) zodanig versterken dat de kwaliteit van onderwijs en onderzoek toeneemt?”

Met deze vraag ben ik met teams in het Hbo en het middelbaar onderwijs regelmatig aan de slag. Centrale vraagt blijft:

“Hoe sluit de organisatie / team daarin het beste aan bij de leerdynamiek van de student?”